Maandelijks archief: juni 2014

Oranjebont

FCx-Oranje-koe1Niet te missen: het is voetbaltijd. Straten en pleinen kleuren oranje, net zoals reclames en het overgrote deel van de publicaties (over management) op internet en in kranten. Overal voetbal en iedereen is voetbal – laat ik het ook eens proberen.

In die publicaties is heel veel aandacht voor de rol van onze bondscoach, zijn keuzes en zijn manier van werken. Al die 16 miljoen thuis-gebleven (want door de KNVB niet benaderde) bondscoaches weten dat ze als speler niet beter zijn dan de nu meegereisde mannen, maar het is absoluut ondenkbaar dat niemand nog heeft ingezien wat voor een sublieme bondscoach zij zijn. Want als zij het voor het zeggen zouden hebben in “ons oranje”, ging het er toevallig wel mooi héél anders aan toe in Brazilië!

Die 16 miljoen bondscoaches (en wel wat meer ook, want er spelen atleten mee die in andere landen bij een club werken en zo ook nog eens aandacht van miljoenen buitenlandse wannabe bondscoaches trekken) vragen zich bijvoorbeeld af waarom spelers wel-of-niet worden ingezet? Waarom worden zij gewisseld? En waarom er nou zonodig een “nieuw” systeem gespeeld moet worden??

Moet een fantastische baan zijn, bondscoach. Je bent baas en mag uit alle mogelijkheden kiezen. Welke spelers, welke specifieke kwaliteiten, waar, hoe, hoelang, met wie etc. Al lijkt het mij pas echt leuk worden als je ook echt wat te kiezen hébt. Omdat er voldoende kwaliteit en ervaring is bij de geselecteerde spelers. Technisch, maar ook tactisch. Zodat er ook echt wat anders gebeurt als je een verandering (een wissel van speler of systeem) initieert.

Boer Baas is ook afhankelijk van de kwaliteit in zijn selectie. Hij heeft weliswaar een (veel) grotere groep dan onze bondscoach mee heeft naar Brazilië, maar hij verwacht hetzelfde: een topprestatie in het systeem zoals hij dat heeft uitgedacht. En als dat systeem eens wijzigt (zie probleemsysteem) dan moeten zijn professionals daar in meekunnen. Meestal lukt dat ook, omdat Boer Baas er veel tijd in stopt als hij zijn systeem wijzigt. Vaak is die wijziging zelf (dus in de stal, met zijn professionals) niet eens het moeilijkste deel van het verandertraject. Veel meer moeite heeft hij met alle omstanders die van alles vinden van zijn plannen en tactiek: wetgevers, belangengroepen, omwonenden, de bank, z’n voorgangers, lokale belangen, Europese regels en voorschriften, etc. etc. etc. Geen 16 miljoen (gelukkig!) maar wel bijna.

Bondscoach zijn is dus helemaal niet moeilijker dan goed boeren. Het heeft resp. niets met voetbal of boeren te maken, maar met al die 16 miljoen (en meer) zelfbenoemde, zogenaamde experts er omheen. Pfhoe… Hele geruststelling als je bondscoach bent!?

Advertenties

Vast aan de mobiel

46e0869775e72d4df4cc6b065f4496f8(def.) vakantietijd: tijd waarin managers in buitengebieden hun mobiel checken (zoals op de camping, het strand of het terras).

Dat checken van die mobiel doen die managers uit gewoonte, omdat ze dat nou eenmaal zo gewend zijn en het een integraal onderdeel is van hun gecultiveerde bestaan.

Of dat doen managers uit verveling, omdat het op de camping, het strand of het terras nou eenmaal lang niet zo leuk en gezellig is als thuis, op de zaak.

Soms is het vooral een verslaving en weten managers niet eens goed waarom ze zo met hun mobiel vergroeid zijn, maar dat ze zich zonder dat ding wel heel naakt en kwetsbaar voelen.

Managers kunnen het ook doen uit pure betrokkenheid bij hun werk en collega’s, in de overtuiging dat zij (als manager) toch minstens onmisbaar zijn voor de goede gang van zaken.

“Vertrouwen is goed, maar controleren is beter”. En met een belangrijke reorganisatie op komst kun je maar beter alles op orde hebben; regeren is vooruitzien en vooral zorgen dat je reputatie als manager foutloos en onfeilbaar is.

Misschien is het ook juist wel dat managers hun collega’s heel erg vertrouwen, maar zichzelf niet zo, en dat ze op deze manier willen zien of hun voorbereidingen op de vakantie ook echt wel goed uitpakken voor de-achterblijvers-op-het-werk.

Of angst? Angst is een stevige drijfveer, ook (of juist??) voor managers! Angst voor de stapel werk die ze aan zullen treffen bij hun terugkomst, als ze nu niet alvast de werkvoorraad een beetje bijhouden?!

De koeien-professionals van Boer Baas hebben geen mobiel, maar krijgen wel eens per jaar ruimte en tijd. Ze gaan dan “uit productie” om een paar weken lang compleet iets anders doen (zie vakantiemoooood). Daar worden die koeien-professionals beter van. En Boer Baas dus ook.

Onze managers lijken dat niet nodig te hebben; die gaan gewoon door. “Ieder voordeel heb ze nadeel”: die managers zijn blijkbaar geen koeien.

Manager in de stront

Patrick__8431-409x273De boerennaam voor management by walking around is met-je-poten-in-de-stront. Nou is een boer ook modern aan het worden, dus wordt het al steeds meer management-met-je-poten-in-de-stront. Omdat er op een boerderij in de afgelopen eeuw per persoon steeds meer werk verzet wordt, managet een boer tegenwoordig ook. Want alles alleen en helemaal zelf doen is er niet meer bij, dat lukt niet.

Ooit, vroegâh, lang geleden, werd er met de hand gemolken. Alle koeien, allemaal, iedere dag twee keer. Dat was echt arbeidsintensief (is het nog!), maar de weinige koeien in de stal kregen veel- en alle aandacht, terwijl de boer veel van zijn werktijd met z’n poten in de stront doorbracht.

De eerste vorm van mechanisering deed zijn intrede en boeren stapten over op de melkmachine. Dat scheelde een heleboel tijd en het melken was zo een stuk sneller klaar. Minder tijd met je poten in de stront dus! Maar, die melkmachine moest wel worden betaald (investering, afschrijving, onderhoud etc.) en de machine kon eigenlijk wel heel veel meer koeien aan dan een boer (of knecht) die met de hand melkt. Met een beetje boerenverstand is het dan al snel erg aantrekkelijk om de capaciteit van zo’n machine vaker en beter te gebruiken en zo de kosten te drukken. Daarom kwamen er meer koeien, dus meer en langer melken, waardoor Boer Baas dan toch nog weer net zo lang met z’n poten in de stront stond.

Nog weer later kwam de melkrobot: een volledig geautomatiseerde manier van melken die het mogelijk maakt dat koeien zichzelf, zonder inmenging van de boer, kunnen laten melken. Was dat dan het einde van poten-in-de-stront-management? Nou, nee… Dankzij de melkrobot was het ook weer mogelijk om meer koeien te melken en zo investering, afschrijving en onderhoud sneller terug te verdienen. En met steeds meer koeien in de stal was er ook steeds meer werk voor Boer Baas. Omdat er met meer koeien nou eenmaal ook meer dingen gebeuren: kleine opstootjes in de kudde, geboorte van kalfjes, iets met ziekte etc. Maar ook meer voeren, onderhoud, reparatie etc.

Boer Baas doet bijna niets meer van het boerenwerk zoals dat een eeuw geleden gebeurde. Maar dankzij alle automatisering de omzet en opbrengst (per uur in de stront) wel heel veel interessanter geworden. Hij is echt wel de bovenbaas-directeur van een groot bedrijf, maar dan met z’n poten in de stront. Net zoveel en net zo vaak als zijn opa en diens opa al deden.

Management by walking around, managen met je poten in de stront. Dat is geen stijl, dat is een houding. En voor menig topmanager vooral een hele uitdaging?!

 

Zie ook Professional zoekt nieuwe kudde en BOEHH Baas

Unprofessional

Missing the TargetEigenlijk zijn koeien een soort nerds. Specialisten, vakidioten. Met één superieur ontwikkelde competentie, wat hen uiterst geschikt maakt voor hun werk. Melk produceren is “iets” dat niemand hen na doet; ze zijn met afstand de besten ter wereld! Tegenwoordig kunnen heel veel koeien ook zelf melken, mits geholpen door een stukje intelligente techniek. Een extra competentie!

Op dat ene vakgebied (melk produceren) excelleren koeien dus, maar hoe ziet dat eruit op andere competentiegebieden? Samenwerken in de weide, bijvoorbeeld met andere soorten dieren? Zelfredzaamheid als er eens wat aan de hand is, bijvoorbeeld dat ze zelf een put dempen als een kalf dreigt te verdrinken? Stal opruimen, of aanpassingen doen aan het systeem waarin ze werken? Nieuwe of andere hekken in de stal plaatsen? Veearts bellen als het een keer niet zo goed gaat? Enzovoort. Nou, nee. Dat lukt niet; koeien zijn specialist – professional. Maar zijn ze daarmee ook allround professioneel?

Boer Baas heeft een heel scala aan competenties. Hij herkent misstanden in de kudde en lost ze op. Hij dempt putten als kalfjes dreigen te verdrinken. Hij ruimt op en herstelt als er schade is in de stal (of belt de aannemer). Als er ziekte is zorgt hij voor extra aandacht en/of een dierenarts. Enzovoort. Allemaal heel belangrijke competenties om zijn kudde te helpen succesvol te zijn. Maar precies dat ene waar het in zijn bedrijf om gaat, kan hij niet. Boer Baas kan geen melk geven, maar is hij daarom dan geen professional? En kan-ie dan toch professioneel zijn?

Professionals zijn goed in hun werk, hun vak. Maar zijn alle professionals daarmee ook allround professioneel? Emotioneel stabiel? Analytisch + oplossend vermogen? Inzicht én overzicht? Communicatief vaardig? Of beperkt hun professionaliteit zich vooral tot de inhoud van het vak en blijven andere competenties (nog) achter? Wanneer ben je als professional professioneel? En kun je professioneel werken en tòch professional zijn?